De 100 helden van de stad
Honderd inheemse planten voor de stad. Elke claim op een profiel heeft een bron.
11 ervan zijn superheld: planten waar een bedreigd insect van afhangt.

Beemdkroon is de belangrijkste stuifmeelbron van de bedreigde knautiabij.

Blauwe knoop was de belangrijkste stuifmeelbron van de oranje zandbij, in Nederland inmiddels verdwenen.

Bosaardbei is waardplant voor de aardbeivlinder, vernoemd naar deze plantenfamilie.

Duifkruid was een van de stuifmeelbronnen van de oranje zandbij, inmiddels verdwenen uit Nederland.

Echte valeriaan heeft een eigen specialist: de valeriaandwergspanner is vernoemd naar deze plant.

Gewone rolklaver is de favoriete stuifmeelbron van maar liefst vier gespecialiseerde bijensoorten.

Gewoon biggenkruid is een van de favoriete stuifmeelbronnen van de kwetsbare Texelse zandbij.

Paardenbloem is de naamgever van de paardenbloembij, die er specifiek stuifmeel op verzamelt.

Rode klaver is een stuifmeelbron voor de ernstig bedreigde gelderse zandbij.

Slangenkruid trekt een opvallend rijke bijenfauna aan — waaronder de slangenkruidbij, die vrijwel uitsluitend op deze plant vliegt.

Zandblauwtje is de naamgever van de zandblauwtjesglansbij, die uitsluitend op deze plant stuifmeel verzamelde.

Boerenwormkruid trekt tien verschillende soorten wilde bijen tegelijk.

Bosandoorn behoort tot het plantengeslacht Stachys, waarop de zeer zeldzame slurfbij is aangewezen.

Bosanemoon is een van de eerste bloeiers van het voorjaar — een inheemse bodembedekker voor schaduwrijke plekken waar weinig anders bloeit.

Boskortsteel is waardplant voor een opvallend lange lijst vlinders en nachtvlinders — eenentwintig soorten in totaal.

Dagkoekoeksbloem is waardplant voor een hele familie gespecialiseerde silene-uilen en -spanners.

Daslook is een van de eerste voorjaarsbronnen voor de Honingbij, ruim vóór de meeste andere planten bloeien.

Dotterbloem is waardplant voor de oostelijke spanner, een nachtvlinder die specifiek op deze soort is aangewezen.

Duizendblad is een betrouwbare stuifmeelbron voor de wormkruidbij, die de fijn veerachtige bloemschermen goed weet te vinden.

Echte guldenroede trekt vijf verschillende soorten wilde bijen.

Echte koekoeksbloem deelt haar waardplant-status met een hele familie gespecialiseerde silene-uilen en -spanners — zeventien soorten in totaal.

Geel walstro is waardplant voor tientallen nachtvlinders, waaronder twee ernstig bedreigde soorten.

Gestreepte witbol is waardplant voor vijf soorten vlinders en nachtvlinders.

Gevlekt longkruid is een van de eerste voorjaarsbloeiers en trekt de zeldzame bruine rouwbij.

Gewone agrimonie is een inheemse soort die van nature op droge, kalkrijke grond groeit.

Gewone brunel is een lage bodembedekker die desondanks trouw bezoek krijgt van hommels en de andoornbij.

Gewone engelwortel trekt een breed gezelschap insecten, van zeldzame wilde bijen tot de koninginnenpage.

Gewone ereprijs is waardplant voor twee ernstig bedreigde parelmoervlinders.

Gewone margriet is een betrouwbare zomerse stuifmeel- en nectarbron voor de Honingbij.

Gewone reigersbek is waardplant voor het bruin blauwtje, op soortniveau.

Gewoon barbarakruid trekt de gevoelige blauwe zandbij.

Gewoon reukgras is waardplant voor het hooibeestje.

Gewoon sneeuwklokje is een van de vroegste bloeiers van het jaar — al in februari, als de winter nog niet voorbij is.

Grasklokje behoort tot het plantengeslacht waarop maar liefst vijf gespecialiseerde bijensoorten zijn aangewezen.

Grote brandnetel is waardplant voor een indrukwekkende veertig vlinder- en nachtvlindersoorten — waaronder de bekende dagpauwoog, kleine vos en atalanta.

Grote centaurie behoort tot het plantengeslacht Centaurea, dat in de bron staat als aanvullend bloembezoek van de bedreigde knautiabij — maar de plant wordt te hoog voor een balkon (tot 120cm).

Grote kattenstaart heeft een eigen specialist: de kattenstaartdikpoot verzamelt vrijwel uitsluitend stuifmeel van deze ene plant.

Grote klaproos is de bloem waar de papaverbij ooit haar nest mee bekleedde — een relatie die nu alleen nog in de boeken bestaat.

Grote tijm trekt de duinkegelbij en is waardplant voor een hele reeks warmteminnende nachtvlinders, waaronder de tijmstipspanner en kantstipspanner.

Grote wederik behoort tot het plantengeslacht Lysimachia, het enige waarop de bruine slobkousbij is aangewezen.

Gulden sleutelbloem geeft naam aan de sleutelbloemvlinder, een van Nederlands zeldzaamste dagvlinders.

Heelblaadjes trekt zes verschillende soorten wilde bijen.

Heggenrank heeft een eigen specialist: de heggenrankbij is voor haar stuifmeel volledig op deze ene plant aangewezen.

Hemelsleutel is een inheemse laatbloeier — juli tot september, wanneer veel andere planten al zijn uitgebloeid.

Hondsdraf trekt een opvallend rijk gezelschap hommels — van alledaagse soorten tot twee die inmiddels uit Nederland zijn verdwenen.

Hop is expliciet waardplant voor zeventien vlinder- en nachtvlindersoorten — geen genusmatch, maar een bevestigde soortclaim voor elk van hen.

Jakobskruiskruid trekt twaalf verschillende soorten wilde bijen en geeft naam aan de jakobsvlinder.

Kamgras heeft geen bijen of vlinders nodig om te bestuiven — het doet het zelf, met de wind.

Klein hoefblad trekt vier soorten wilde bijen, waaronder de kwetsbare bonte wespbij.

Kleine klaver behoort tot het klavergeslacht waarop de klaverdikpoot is gespecialiseerd.

Kleine ooievaarsbek behoort tot het geslacht waarop het bruin blauwtje is aangewezen.

Kleine pimpernel behoort tot het plantengeslacht waarop twee van Nederlands zeldzaamste dagvlinders zijn aangewezen.

Kleine ratelaar behoort tot het geslacht waarop de ratelaarspanner is aangewezen.

Klimop is de laatste grote nectar- en stuifmeelbron van het jaar — en de klimopbij is er vrijwel volledig van afhankelijk.

Knoopkruid is een aanvullende stuifmeelbron voor de bedreigde knautiabij.

Knopig helmkruid is waardplant voor zeven vlinder- en nachtvlindersoorten, waaronder de helmkruidvlinder en kuifvlinder.

Koninginnenkruid is de enige Eupatorium-soort in Nederland — elke relatie met dit plantengeslacht wijst dus feitelijk naar deze ene plant.

Korenbloem is een aanvullende stuifmeelbron voor de bedreigde knautiabij.

Kraailook is een inheemse ui-achtige die van nature op droge tot normale grond groeit.

Kruipend zenegroen trekt een bijzondere bijengast: de tweekleurige slakkenhuisbij, die haar nest in lege slakkenhuisjes bouwt.

Look-zonder-look is waardplant voor maar liefst vijf verschillende witjes en het oranjetipje.

Maarts viooltje behoort tot het viooltjesgeslacht waarop maar liefst vijftien vlinder- en nachtvlindersoorten zijn aangewezen.

Madeliefje trekt drie soorten wilde bijen, waaronder de kwetsbare bonte wespbij.

Moerasspirea heeft een eigen naamgenoot: de moerasspirea-uil is vernoemd naar deze plant.

Muskuskaasjeskruid trekt de gevoelige distelvlinder en een handvol andere vlinders die naar het plantengeslacht zijn vernoemd.

Muurleeuwenbek is al sinds de 17de eeuw ingeburgerd en bloeit langer dan bijna elke andere soort in deze lijst — van mei tot oktober.

Muurpeper is zo laag en dicht dat hij zelfs in een ondiepe schaal kan groeien — een groendak in miniatuur.

Paarse dovenetel trekt vijf verschillende soorten wilde bijen.

Pinksterbloem is een vroege voorjaarsbron voor drie verschillende witjes.

Robertskruid ruikt sterk en onmiskenbaar naar geranium wanneer je de bladeren kneust — een gratis geurtuintje.

Rode ogentroost is de naamgever van de ogentroostdikpoot, die stuifmeel specifiek op deze plant verzamelt.

Rood zwenkgras is waardplant voor een indrukwekkende zevenendertig vlinder- en nachtvlindersoorten.

Ruig klokje behoort tot het plantengeslacht Campanula, waarop vijf gespecialiseerde bijensoorten zijn aangewezen.

Ruige leeuwentand is een inheemse composiet van kalkgrasland, met een van de langste bloeiperiodes in deze lijst.

Schapenzuring is waardplant voor een buitengewoon lange lijst vlinders en nachtvlinders — honderdacht soorten.

Scherpe boterbloem behoort tot het plantengeslacht Ranunculus, waarop de ranonkelbij is aangewezen.

Sint-janskruid heeft twee eigen naamgenoten onder de nachtvlinders: de sint-janskruidblokspanner en de sint-janskruiduil.

Slanke sleutelbloem behoort tot het sleutelbloemgeslacht waarop de sleutelbloemvlinder is aangewezen.

Smeerwortel trekt een rijk gezelschap hommels, van alledaagse soorten tot de ernstig bedreigde zandhommel.

Speenkruid trekt twee vroege wilde bijen en is waardplant voor de witringuil.

Stijf havikskruid is een van de weinige composieten waar de kwetsbare texelse zandbij stuifmeel op verzamelt.

Struikhei is waardplant voor een enorme lijst heidevlinders en -nachtvlinders — negenenzestig soorten.

Tormentil behoort tot het ganzerikgeslacht waarop de bedreigde tormentilzandbij is gespecialiseerd.

Veldlathyrus trekt de ernstig bedreigde gewone langhoornbij en is waardplant voor negen vlinder- en nachtvlindersoorten.

Veldsalie heeft een bloemvorm die alleen zware bezoekers kan openen — de akkerhommel is er zwaar genoeg voor.

Veldzuring is waardplant voor een buitengewoon lange lijst vlinders en nachtvlinders — honderdacht soorten.

Vijfvingerkruid behoort tot het ganzerikgeslacht waarop de bedreigde tormentilzandbij is gespecialiseerd.

Vingerhoedskruid geeft naam aan de vingerhoedskruiddwergspanner, een nachtvlinder die op deze plant is aangewezen.

Wilde akelei is een betrouwbare hommelplant — de diepe bloemvorm is precies gemaakt voor hun lange tong.

Wilde cichorei trekt de breedbandgroefbij en is waardplant voor twee nachtvlindersoorten.

Wilde kamperfoelie is de naamgever van de kamperfoelie-uil, een nachtvlinder die zijn hele bestaan aan deze plant dankt.

Wilde karwij is een van de weinige schermbloemigen die de koninginnenpage, onze grootste dagvlinder, als waardplant gebruikt.

Wilde marjolein trekt een opvallend rijke, deels zeer zeldzame bijenfauna.

Wilde narcis is een inheemse vroege voorjaarsbloeier — bloeit al in maart en april, als bol die elk jaar terugkomt.

Wilde peen trekt een breed gezelschap insecten, van de koninginnenpage tot een hele reeks nachtvlinders.

Wilde reseda is waardplant voor het zeldzame resedawitje-complex, twee nauw verwante soorten die de bron als paar behandelt.

Wilde tijm is waardplant voor een hele reeks warmteminnende nachtvlinders, waaronder spanners die naar de plant zijn vernoemd.

Wit vetkruid is de exacte waardplant van zowel de kustuil als de apollovlinder — geen genusmatch, maar een bevestigde soortclaim.

Witte dovenetel trekt een opvallend rijk gezelschap bijen en hommels, van alledaagse soorten tot vier die bedreigd of ernstig bedreigd zijn.

Zeepkruid is waardplant voor twee silene-uilen, op soortniveau.
Wat elke held nodig heeft, staat op zijn profiel. Het BalkonPlan zoekt uit wat bij jouw balkon past.